De armoede van de hoge kunsten.
Het was een bewolkte, onvoorspelbare grijze dag. Bij dit soort dagen weet je niet of je een paraplu nodig hebt of juist gewoon de gok moet wagen op een hoop nattigheid. Ik koos voor het laatste. En besloot zelfs na verloop van mijn afspraak te kiezen voor een korte wandeling naar het werk. Met de dreigende, maar haast voorspelbare onweersbui, wandelde ik vanaf het Griftpark in Utrecht richting het centrum. Halverwege de route begon het al heftig te druppelen. Met mijn gezicht naar beneden gericht, om toch de indruk te krijgen, dat ik de regen kon ontwijken, liep ik verder.
Aangekomen in het centrum, was het opgehouden met regenen. Ik kon weer mijn gezicht omhoog richten en rustig rondkijken. Mijn oog werd direct getrokken door een aantal tenten en bezigheden op de Neude. Een klein pleintje waar wel vaker iets staat of gebeurt. Waarom juist deze plek zo vaak gebruikt wordt weet ik eigenlijk ook niet. Maar mijn nieuwsgierigheid was in ieder geval wel getrokken. Op een oogworp afstand aangekomen dacht ik in de eerste instantie aan een soort vrijmarkt. Toch klopte er iets niet hieraan, ik zag namelijk weinig bezoekers. Daarnaast was dit toch een vreemde plek om je tweedehandse spullen te slijten. Aangekomen bij iets wat de ingang leek te zijn liep ik naar binnen. De binnenkant van het terrein was bezaaid met houtsnippers. Als een natuurlijk tapijt lag dit op de stenen onderlaag. De locatie was opgedeeld in een vierkante, dichte opstelling, met een ingang aan de voorkant.
Vanaf deze hoek had ik het uitzicht op een tent, met daarboven natte wapperende vlaggen. Nee, dit was geen vrijmarkt, maar iets anders. Maar wat precies, wist ik nog niet. De binnenkant was opgedeeld met een rechte opstelling van doorzichtige glazen ruimtes. In de eerste instantie deed mij dit denken aan een kas van een fruit of groentekweker. Alleen de inhoud is hier anders, zeg maar gerust heel anders.
Gevoelsmatig had ik dus toch gelijk, want ik zag veel spullen en attributen die mij doen denken aan een kringloopwinkel. In een van de kassen zag ik een aantal opoestoelen opgesteld in een cirkel, met in het midden een draaiend mechanisme met spiegeltjes. Je kon op de stoelen zitten om vervolgens naar dit draaimolentje te turen. Het idee hierachter ontbrak mij nog steeds, wat is de bedoeling hiervan? En wat moet dit voorstellen? Er viel mij nog iets op tijdens mijn puzzeltocht, op het terrein zag ik ook speelautomaten voor peuters. In de vorm van speelgoed, waarin je vaak 50 cent ingooit om vervolgens heen en weer te schudden. Logischerwijs dacht ik vervolgens dat hier dus ook kinderen bij betrokken waren. Wel zag ik op het speelgoed een nat papiertje met de opdruk “defect”. Dus deze gedachte van kinderen kon ik gerust laten varen, dit leek mij toch te ver gezocht.
Mijn aandacht werd getrokken door een groene telefooncel buiten het terrein vlabij de ingang. Deze staat bij de hoofdingang van het postkantoor. Op zich was de telefooncel niet vreemd, maar datgene wat op de telefooncel stond, een zwarte fiets. Langzaam begon het mij te dagen. En begon het dubbeltje te vallen. Het gaat hier dus om kunst. Geen alledaagse kunst zoals de gemiddelde Nederlander kent, maar van een veel hoger niveau. Een tijd geleden sprak ik een kennis hierover. Deze gaf aan dat je de hoge kunst moet voelen en leren te begrijpen. En dat dit nu eenmaal maar door een select gezelschap begrepen wordt. Dit gezelschap behoort ook tot de elite van kunstzinnig Nederland. Met uiteraard de bijhorende dikke portemonnee om zich met een gerust hart te mogen uitleven. Uiteraard is de gemiddelde Nederlander de sponsor hiervan. Ik kon vervolgens mijn wandeling, met een gerust hart vervolgen, met de gedachte dat mijn belastinggeld toch nog goed was terechtgekomen.
Hannibal


